In een circulaire economie gebruiken we geen primaire grondstoffen meer. We bouwen dan wegen en richten de openbare ruimte uitsluitend nog in met secundaire en biobased materialen en grondstoffen. In 2050 is het de bedoeling dat we in een volledig circulaire economie leven en in 2030 hebben we al 50% van die doelstelling behaald.
Infrastructuur en openbare ruimte zijn doorgaans altijd het eigendom van overheden zoals Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en waterschappen. Als eigenaar kunnen zij en moeten zij een heel belangrijke en sturende rol op zich nemen in de transitie naar een circulair systeem. Daarvoor zijn een aantal randvoorwaarden van belang:
- Eigenaren moeten weten wat er aan materiaal is, waar onze wegen, kunstwerken en openbare ruimte uit zijn opgebouwd. Welke materialen en grondstoffen zijn gebruikt. Dat is er nu niet of is nauwelijks voorhanden. Toekomstige bouwwerken moeten voorzien zijn van een materialenpaspoort, zodat we na het verstrijken van de levensduur weten waaruit de weg, het kunstwerk en de openbare ruimte is opgebouwd.
- We matchen vraag en aanbod van secundaire materialen in een materialenmarktplaats. De asset, materialen en/of grondstoffen gaan over van de ene naar de andere eigenaar of van het ene naar het andere project.
- We ontwerpen en bouwen op basis van de beschikbaarheid van materialen. Hergebruik moet zo hoogwaardig mogelijk plaatsvinden. Gebruik van tools zijn daarvoor van cruciaal belang. De secundaire materialen die vrijkomen uit wegen en weer als nieuwe bouwstof worden toegepast.
Waardebepaling As A Service
Door deze principes gaat de afschrijving er anders uitzien. Na het verstrijken van de economische levensduur van een weg hebben de assets, de materialen en de grondstoffen meer waarde, dan ze nu vertegenwoordigen in de lineaire economie, mede veroorzaakt door de vraag die ontstaat naar secundaire bouwstoffen. Maar hoe bepalen we die waarde? Hoe kunnen we lopende de levensduur van een weg de waarde op ieder moment bepalen? Hoe en op welk moment is het tijd om een bestaande asset te ontmantelen en te gebruiken voor een nieuwe functie? Wat zijn criteria die bepalend zijn voor de economische levensduur? Is dat het gebruik van de weg zelf, de functie, de veranderende behoefte? Of zit dat meer in de weg als onderdeel van de infrastructuur (systeemniveau). Met andere woorden andere wegen bepalen ook de waarde van de weg. De economische waarde is een andere dan de waarde van de grondstoffen en materialen bij elkaar opgeteld. Dit vraagstuk onderzoeken we ook met name vanuit het perspectief van De Circulaire Weg (Dura Vermeer) en andere As A Service modellen.
Om antwoorden te vinden op de vragen hebben studenten van Hogeschool Saxion onderzoek gedaan naar welke waarderingsmethode geïmplementeerd kan worden voor een circulaire weg.
Alternatieve waarderingsmethoden
Er zijn een vijftal alternatieve waarderingsmethodes onderzocht. Dit zijn de hergebruikswaarde, de
vervangingswaarde, de maatschappelijke waarde, de waardering zoals bij tolwegen van toepassing is
en de circulaire waarde.
Hergebruikswaarde: Deze methode berekent de economische waarde van materialen als ze opnieuw worden gebruikt, bijvoorbeeld asfalt in wegen. De huidige materiaalwaarde wordt bepaald aan de hand van marktprijzen, maar er worden ook kosten zoals transport en verwerking meegeteld, evenals eventuele gezondheids- en milieueffecten. Hergebruikswaarde sluit beter aan bij internationale financiële standaarden dan de traditionele methoden, waarin vaak ten onrechte een restwaarde van nul wordt aangehouden.
Vervangingswaarde: Dit is het bedrag dat nodig is om een weg in dezelfde staat te vervangen, ook wel de “dagwaarde” genoemd. Deze waarde wordt vaak door verzekeraars gebruikt voor het bepalen van schadevergoedingen en geeft inzicht in de actuele waarde van de weg.
Maatschappelijke waarde: Voor wegen zonder inkomsten (zoals niet-tolwegen) wordt waarde gebaseerd op het nut voor de gemeenschap, soms gemeten via schaduwtol. Schaduwtol werkt op basis van overheidstoeslagen per voertuig, berekend via sensoren in de weg. Deze methode biedt inzicht in het gebruik en de economische waarde van de weg op basis van het aantal gebruikers.
Waardering van tolwegen: Bij tolwegen wordt de waarde bepaald door de verwachte toekomstige inkomsten, verminderd met operationele kosten, verdisconteerd tegen een risico-gecorrigeerd rendement. Factoren zoals de concessieperiode, tariefaanpassingen en verkeersgroei spelen hierbij een rol. Tolwegen hebben vaak lagere levenscycluskosten dan niet-tolwegen door de nadruk op goed onderhoud.
Circulaire waarde: Deze methode meet de circulariteit van een weg met zeven indicatoren, zoals materiaalgebruik, hergebruikmogelijkheden, milieueffecten, en waardebehoud. Circulariteit geeft inzicht in het adaptieve vermogen van de weg voor toekomstige gebruikscycli. Deze aanpak biedt een duurzaamheidskader dat rekening houdt met het behoud van grondstoffen en vermindering van milieu-impact.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen | |
| Hergebruikswaarde | Brengt restwaarde specifieker in kaartZorgt voor hogere boekwaarde van de weg | Deze waarde kan erg fluctueren per periodeGenereert pas daadwerkelijk waarde bij einde contractperiode |
| Vervangingswaarde | Is altijd actueel | Complexe berekening voor wegen |
| Maatschappelijke waarde | Kan onderhoudscyclus specifieker in kaart brengenVerhoogt de waarde voor de aannemerKijkt verder dan enkel materiële waarde | Lastig waarde per voertuig toe te rekenen |
| Waardering van tolwegen | Brengt direct maatschappelijke waarde in kaartKosten en opbrengsten direct zichtbaar | Op korte termijn niet haalbaar vanwege belastingstelselExtra betalen hebben veel gebruikers er niet voor overPrijzen (en daarmee waarde) fluctueren veel |
| Circulaire waarde | Breed toepasbaarIn kaart gebrachte cijfers kunnen ook voor andere doeleinden gebruikt worden | Niet geschikt om afwegingen mee te makenKan soms lastig te meten zijn |









