Hoe maak je als uitvoerder een werkplanning die de opleverdatum haalt en mensen en materieel goed benut? En hoe stel je die planning bij als er iets misgaat? Stef Kosters ontwikkelde voor zijn masterscriptie aan de Universiteit Twente twee planningsmethoden, met bijbehorende tools, voor Aannemingsmaatschappij Hegeman.
Utiliteitsbouwprojecten, zoals scholen, zorggebouwen, kantoren en fabriekshallen, zijn complex en elk project is uniek. Bij Hegeman maakt de projectleider een globale planning met mijlpalen, zoals het gereedkomen van de dekvloer of het wind- en waterdicht zijn. Op basis daarvan houdt de uitvoerder een gedetailleerde werkplanning bij: welke activiteit wanneer, door welk team of welke onderaannemer. Uitvoerders doen dat ieder op hun eigen manier en passen de planning bij verstoringen handmatig aan. De kwaliteit hangt daardoor sterk af van ervaring. Een gevolg is dat opleverdata regelmatig, soms meerdere keren per project, moeten worden uitgesteld.
Doelstelling en aanpak
Het doel was methoden te ontwikkelen waarmee uitvoerders efficiëntere en betrouwbaardere werkplanningen maken en bijstellen. Vooral minder ervaren uitvoerders hebben daar baat bij. Het onderzoek werd uitgevoerd bij CAPE Groep, in samenwerking met Hegeman. Kosters ontwikkelde twee methoden.
De eerste methode maakt een werkplanning in vijf fasen:
- Een eerste planning op basis van de volgorde van activiteiten, nog zonder rekening te houden met beschikbare capaciteit.
- Een aanpassing waarmee de planning past binnen de beschikbare mensen en middelen.
- Een optimalisatiestap (met de techniek simulated annealing) die de planning verbetert. Die stap streeft tegelijk naar een kortere doorlooptijd, een hogere benutting van mensen en middelen en minder schommelingen in de inzet.
- Het afleiden van personeels- en kraanplanningen uit de werkplanning.
- Het inzetten van medewerkers die op een dag niets te doen hebben voor voorbereidend werk.
De tweede methode helpt de planning bij te stellen na een verstoring, als overwerk of extra materieel huren niet volstaat. Ze maakt de planning weer uitvoerbaar met zo min mogelijk wijzigingen en zo weinig mogelijk vertraging.
Beide methoden zijn verwerkt in een tool. De uitvoerder vult de gegevens in Excel in: activiteiten, duur, volgorde, beschikbare capaciteit en benodigde middelen. Een dashboard toont daarna de planning en de benutting. De methoden zijn getest met verschillende testdatasets.
Belangrijkste resultaten
De planningsmethode leverde consequent goede planningen op, ook bij uiteenlopende volgordes en afhankelijkheden tussen activiteiten. De doorlooptijd werd korter en mensen en middelen werden beter benut. De verschillende doelen bleken elkaar te versterken: wie de schommelingen in inzet verkleint, verkort ook de doorlooptijd en verhoogt de benutting.
Meer personeel inzetten verkort de doorlooptijd, maar slechts tot een bepaald punt. Daarna worden andere middelen, zoals de kraan, de beperkende factor en daalt de benutting. Een aandachtspunt is de rekentijd: die groeit sterk met het aantal activiteiten. Een verdubbeling van het aantal activiteiten kan de rekentijd vertienvoudigen.
De methode voor het bijstellen van planningen gaf in alle tests betere uitkomsten dan de hele planning na een verstoring simpelweg op te schuiven. Daarbij hoefde maar een klein deel van de activiteiten te worden verplaatst.
Conclusie en bijdrage
Met gestandaardiseerde methoden en tools voor het maken en bijstellen van werkplanningen kunnen uitvoerders efficiënter en betrouwbaarder plannen. Dat helpt om opleverdata vaker te halen. Eerder opleveren en efficiënter werken leveren bovendien minder CO₂-uitstoot en meer tevreden opdrachtgevers op.
De methoden zijn nog niet met echte projectdata getest. Kosters adviseert Hegeman beide tools eerst op één project uit te proberen, uitvoerders te trainen en de methoden te verbeteren op basis van hun feedback. CAPE Groep zou de methoden kunnen gebruiken als basis voor een breder toepasbare tool voor de sector. Voor ECOLOGIC ligt er de kans om de methoden op te nemen in de digital twin van de bouwplaats die het project ontwikkelt. Ook wordt aanbevolen te onderzoeken of een vergelijkbare aanpak werkt voor de globale projectplanning.
Volledige publicatie
De volledige scriptie (Engelstalig) lees je in de repository van de Universiteit Twente: Development of a Multi-Objective Resource-Constrained Scheduling Method for the Utility Construction Sector.
Meer over het project lees je op de projectpagina van ECOLOGIC.
Mede mogelijk gemaakt door
Dit onderzoek is onderdeel van ECOLOGIC, een programma van de Universiteit Twente over de optimalisatie van bouwlogistiek, gefinancierd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en TKI Dinalog. De projectpartners zijn Dura Vermeer, BauWatch, Datacadabra, CAPE Groep, Aannemingsmaatschappij Hegeman en Pioneering.









