Binnen het Pioneering Project Radiator WaterBalans is het doel het energiebesparingspotentieel door het waterzijdig inregelen van cv-ketels en het warmteafgifte systeem, met name radiatoren in woningen, te kwantificeren. Daartoe zijn in de periode maart 2020 – maart 2022 700 woningen in de gemeente Enschede waterzijdig ingeregeld.
Aanleiding
Woningen zijn verantwoordelijk voor circa 26,1% van het energiegebruik in de Europese Unie (Eurostat, 2021). Het grootste gedeelte van het energiegebruik in woningen wordt gebruikt voor verwarming, namelijk 78,4% (63,6% ruimteverwarming en 14,8% tapwater verwarming) (Eurostat, 2021).
Naast de thermische prestaties van het gebouw (zoals de mate van isolatie en luchtdoorlatendheid), is ook de efficiëntie van het verwarmingssysteem van invloed op het energiegebruik voor ruimteverwarming. Bij gasgestookte hoogrendementsketels (HR-ketels) wordt een deel van de warmte verkregen door condensatie van de waterdamp in rookgassen. Om condensatie te laten plaatsvinden is het noodzakelijk dat de retourtemperatuur van het cv-water laag genoeg is. Dat kan bereikt worden door waterzijdig inregelen van het cv-systeem.
Deze rapportage is geschreven in het kader van het project Radiator WaterBalans. Het doel van dit project was om het effect van waterzijdig inregelen van de centrale verwarmingsinstallatie in woningen op het aardgasverbruik vast te stellen.
Uitkomsten
Het waterzijdig inregelen van centrale verwarmingsinstallaties kan bijdragen aan het verminderen van de CO2 uitstoot door de gebouwde omgeving, omdat de efficiëntie van het verwarmingssysteem toeneemt als gevolg van de maatregel. Het onderhavige onderzoek had als doel het energiebesparingspotentiaal van waterzijdig inregelen te kwantificeren. Daartoe zijn in de periode maart 2020 – maart 2022 700 woningen in de gemeente Enschede waterzijdig ingeregeld. Door het gasverbruik van deze woningen zowel voor als na de interventie te inventariseren, werden besparingen op het totale jaarlijkse gasverbruik van 7,9 tot 53,1% (gemiddeld 27,5%) vastgesteld.
Bij 308 woningen werd de cv-ketel ingeregeld. Voor elf van de woningen is kwalitatief goede data beschikbaar voor analyse. Voor alle elf woningen werd een reductie in het gasverbruik voor ruimteverwarming per graaddag vastgesteld. De procentuele besparing op het jaarlijkse aardgasverbruik voor de elf woningen varieert van 1,2% tot 55,0%. De gemiddelde besparing bedraagt 23,3%, de mediaan is 21,6%. Acht van de elf huishoudens gaven aan in maart 2022 niet zuiniger te zijn geweest met hun gasverbruik dan in maart 2021. De gemiddelde besparing van deze acht huishoudens 32 bedraagt 26,2%, hetgeen aanmerkelijk hoger is dan de besparing van 13,5% die werd vastgesteld bij de referentiegroep die geen maatregelen nam om het gasverbruik te reduceren.
Bij 76 woningen werd het cv-systeem dynamisch ingeregeld. Voor acht van de woningen is kwalitatief goede data beschikbaar voor analyse. Voor zeven van de acht woningen werd een reductie in het gasverbruik voor ruimteverwarming per graaddag vastgesteld. De procentuele besparing op het jaarlijkse aardgasverbruik voor de acht woningen varieert van -6,0% tot 73,2%.. De gemiddelde besparing bedraagt 36,3%, de mediaan is 39,1%. Vier van de acht huishoudens gaven aan na het waterzijdig inregelen niet zuiniger te zijn geweest met hun gasverbruik dan ervoor. De gemiddelde besparing van deze vier huishoudens bedraagt 21,2%, hetgeen aanmerkelijk hoger is dan de besparing van 13,5% die werd vastgesteld bij de referentiegroep in Sectie 5.2. De vier huishoudens die aangaven de thermostaat minder hoog te hebben staan dan voorheen en/of minder warm tapwater te gebruiken, besparen gemiddeld 51,4% op het jaarlijkse aardgasverbruik, hetgeen eveneens aanmerkelijk hoger is dan vastgesteld bij de referentiegroep (24,8%).
| Gemiddelde besparing referentiegroep | Gemiddelde besparing ingeregelde cv-ketels | Gemiddelde besparing dynamisch inregelen | |
| Niet zuiniger met gasverbruik | 13,5% (n = 11) | 26,2% (n = 8) | 21,2% (n = 4) |
| Zuiniger met gasverbruik | 24,8% (n = 21) | 15,7% (n = 3) | 51,4% (n = 4) |








